DNO Relay Control instellen
Deze handleiding beschrijft de stappen om DNO Relay Control in te stellen op de SmartgridOne Controller.
Bij het instellen van deze integratie wordt toestemming gegeven aan DNO om de benodigde apparaten te bedienen.
Ondersteunde apparaten
| Device Type | Variants | Ondersteund |
|---|---|---|
| Zon-inverters | Alle | ✅ |
| Opslagapparaten | ||
| EV-laders | ❌ |
Ondersteunde landen
| Country | Ondersteund |
|---|---|
| België | ❌ |
| Nederland | ✅ |
Vereisten
1. Voeg de batterijen en zon-inverters toe
Log in op de inbedrijfstellingsinterface en zorg ervoor dat de apparaten zijn toegevoegd aan de SmartgridOne Controller.
2. Voeg de digitale ingangen toe
Dit externe signaal werkt met digitale ingangsapparaten die zijn aangesloten op de SmartgridOne Controller. De digitale ingangen kunnen worden verbonden met behulp van DS1242 of andere relaismodules.
Er zijn minimaal TWEE digitale ingangen vereist. Deze worden gebruikt voor batterijbediening. Een derde digitale ingang kan worden aangesloten voor PV-vermindering.
3. Controleer de netspanninglimieten
In de instellingen moeten de netspanninglimieten correct worden ingesteld. Klik op Instellingen en controleer de gemarkeerde instelling in de afbeelding. Pas indien nodig de instellingen aan.
Voeg 'DNO- Relay Control' toe


Op de volgende pagina hebt u de mogelijkheid om apparaten voor afstandsbediening in of uit te sluiten. Zorg ervoor dat u alle selectievakjes van apparaten aanvinkt die u wilt opnemen.
Opmerking
Bij gebruik van meerdere apparaten van hetzelfde type worden deze samengevoegd tot één (virtuele) asset.

'DNO Relay Control' is nu ingesteld op de SmartgridOne Controller.
